Help, mijn kind doet niet wat ik wil!

Laatst kreeg ik hem weer. Die ‘ene’ leuke vraag: Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn kind doet wat ik wil. Tsja, daar is helaas geen eenduidig antwoord op te geven. Ieder mens en ieder kind is immers verschillend. Maar wat ik wel kan doen, is aangeven wat belangrijk is als je met je kind communiceert. Dan weet je in ieder geval hoe je ervoor kunt zorgen dat wat je zegt ook daadwerkelijk aankomt.
Ik kom tot vijf belangrijke punten. Het ene punt is voor jou misschien wel helemaal nieuw of juist heel vanzelfsprekend, terwijl het andere punt om wat meer aandacht en oefening van je vraagt. Persoonlijk blijf ik moeite houden met punt 1: het benoemen en erkennen van gevoelens. Vooral als ik mijn dochter ’s ochtends naar school wil brengen, ik nog vijf minuten heb en ze haar zorgvuldig gemaakte vlecht uittrekt, aan het gillen is dat haar sokken niet goed zitten en ze DIE jas absoluut niet aan wil! Maar ik blijf oefenen, daar krijg ik gelukkig volop situaties voor.

1. Benoem en erken gevoelens.
Er is een direct verband tussen hoe kinderen zich voelen en hoe zij zich gedragen. Als kinderen zich goed voelen, gedragen zij zich goed. Hoe helpen we om zich goed te voelen? Door hun gevoelens te accepteren! Helaas staan wij als ouders daar niet altijd voor open. Ik hoor het mezelf zeggen; ‘Nee joh, je doet alleen maar zo omdat je moe bent’. ‘Er is helemaal niets aan de hand’. Een kind raakt alleen maar meer overstuur als je probeert het slechte gevoel weg te stoppen. In plaats van het ontkennen van het gevoel: benoem het gevoel! Als een kind woorden hoort die zijn gevoelens weergeven voelt hij zich juist getroost, want iemand erkent zijn diepste gevoelens. Zeg bijvoorbeeld; ‘Joh! Jij klinkt boos’. Of: ‘Wat zal dat frustrerend voor je zijn geweest’.

2. Koppel het gedrag los van het kind.
‘Ga jij maar op de gang staan, want je bent stout!’
Hoor je dat jezelf wel eens zeggen? Er is niets mis met het benoemen van onjuist gedrag, helemaal niet zelfs, maar let op: het is gedrag. Als je tegen een kind zegt dat het stout is, denkt een kind dat je het hele kind afkeurt. Een kind kan namelijk dat onderscheid niet maken.
Zeg liever; wat je doet , vind ik stout.
Deze nuance is heel erg belangrijk voor het te vormen zelfbeeld van je kind. Ook voor jezelf is het heel belangrijk om te beseffen dat je het gedrag van je kind niet leuk vindt en niet je kind zelf. Als je vervalt in dit laatste, ontstaat er vaak een gevoel van machteloosheid en vergeet je dat jij degene bent die invloed heeft op het gedrag van je kind.

3. Leg uit, leg uit, leg uit.
Vooral bij hele jonge kinderen is dit een belangrijk punt. Vaak denken we; het is nog een klein kind, dat begrijpt de uitleg toch niet. Het tegendeel is waar. Zelfs baby’s snappen de essentie van hoe je iets overbrengt. Regelmatig is het zo dat er dingen zijn die voor ons volwassenen volkomen duidelijk zijn, maar voor een kind nog niet. Neem bijvoorbeeld een kind dat midden in de nacht wakker wordt. Het kind heeft geen idee dat het de bedoeling is dat we de hele nacht slapen. Leg uit waarom dat zo is: om genoeg energie op te doen om de andere dag weer te spelen. Laat zelfs een klok zien en zeg hoeveel uur slapen de bedoeling is.

4. Zeg niet wat je niet wilt
Denk eens niet aan een roze olifant. Ik durf te wedden dat je net aan een roze olifant dacht ;-) De hersenen kunnen het woord ‘niet’ niet registreren. Je vestigt er de aandacht op, je brengt mensen in feite op een idee. Je ziet dat bij kinderen ook fysiek. Als je zegt ‘niet rennen door de gang’, dan gaan ze bijna automatisch rennen. Maar wat dan wel? Daag jezelf uit om hele taal te gebruiken en bedenk waar je de aandacht op wilt vestigen. Bijvoorbeeld: Gooi je beker niet om: Zet je beker veilig neer. Let de komende tijd eens op hoe vaak je het woord niet gebruikt.

5. Bedenk samen oplossingen en leg keuzes voor.
Het ligt niet voor de hand om een kind te vragen of hij een heel of een half glas melk wil. Maar voor het kind is iedere kleine keuze een mogelijkheid om een beetje controle over zijn leven te hebben. Een kind moet al zoveel doen….’Hup, naar bed!’ ‘ Hou eens op’! Als we het kind een keuze bieden hoe ze dingen kunnen doen, is dat vaak al voldoende. ‘Nu willen papa en mama even praten en jij hoort al in bed te liggen. Wil je al gaan slapen? Of wil je nog een poosje in bed liggen om te spelen?’ Je kunt kinderen ook mee laten denken over een mogelijke oplossing voor het probleem. Bijvoorbeeld een kind dat geen hand wil geven bij het oversteken: ‘Je kunt papa’s of mama’s hand vasthouden bij het oversteken. Of heb je nog een ander idee hoe je veilig kunt oversteken?’ Dan komt het kind met een oplossing: ‘Ik hou de kinderwagen wel vast’.
Je zult versteld staan hoe creatief kinderen zelf zijn in het bedenken van oplossingen.

comments powered by Disqus